ECLI:NL:TAHVD:2026:326 Hof van Discipline 15-10-2026 260326
Klacht over deken niet verwezen op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. Klager is het niet eens is met de aanwijzingsbeslissing
Klacht over deken niet verwezen op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. Klager is het niet eens is met de aanwijzingsbeslissing
Klacht over de deken (artikel 46c lid 5 Advocatenwet) niet verwezen. Het klachtrecht is niet bedoeld om te klagen over procedurele beslissingen
Raadsbeslissing. Samenhang met beslissing op dekenbezwaren 25-010 en 26-663/DB/ZWB/D. Verweerder had klaagsters aansprakelijkstelling op korte termijn moeten doorgeleiden naar de verzekeraar. Verweerder
Dekenbezwaar. Verweerder heeft zich langdurig onttrokken aan het toezicht door de deken. Nadat er eindelijk contact was, is hij zijn toezeggingen om
Raadbeslissing. Samenhang met beslissing op dekenbezwaren 25-010 en 26-663/DB/ZWB/D. Klacht over de eigen advocaat. Verweerder heeft een deel van de opbrengst van
Raadbeslissing. Klacht over de eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening grotendeels gegrond. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld doordat hij op
Raadsbeslissing. Samenhang met beslissing op klachten 25-009 en 26-453/DB/ZWB. Gegrond bevonden tuchtrechtelijke verwijten ter zake van het optreden van verweerder tijdens zijn
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke kwestie. Het stond verweerster vrij om namens en in het belang van
Voorzittersbeslissingen; klacht over verweerders in hun hoedanigheid van curators. Verweerders wordt het schenden van de geheimhoudingsplicht verweten. Het is de voorzitter niet
Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over een deken. Naar het oordeel van de voorzitter is het indienen van de klachtzaak vier maanden na