ECLI:NL:TAHVD:2026:341 Hof van Discipline 23-10-2026 260158
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Niet duidelijk tegen wie klager wil procederen, welke vordering hij wil instellen en wat klager met een
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Niet duidelijk tegen wie klager wil procederen, welke vordering hij wil instellen en wat klager met een
Beklagzaak. Artikel 13 Advocatenwet. Herhaaldelijk verzoek om aanwijzing. Beklag ongegrond. Beslissing Beklag Lees de volledige uitspraak op tuchtrecht.overheid.nl →
Klacht over deken niet verwezen op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. De voorzitter begrijpt uit de van klaagster ontvangen stukken
Klacht over deken niet verwezen op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. Het klachtrecht is niet bedoeld om het hof te
Wrakingsbeslissing. De gemachtigde van klagers en de tuchtrechter delen een nevenfunctie. De enkele gezamenlijke deelname aan een professionele werkgroep is onvoldoende voor
Klacht over deken niet verwezen op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. Het hof stelt voorop dat afwijzing van een –
Afwijzing verzoek tot verwijzing (artikel 46c lid 5 Advocatenwet). De onderhavige klacht van klager is de derde klacht van klager die gaat
Afwijzing verzoek tot verwijzing (artikel 46c lid 5 Advocatenwet). Uit de toelichting op zijn klacht over de deken leidt de voorzitter af
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. Verweerster was niet verplicht om klaagster vooraf te informeren over het voornemen
Raadsbeslissing. Klacht tegen de voormalig eigen advocaat. De klacht omvat meerdere klachtonderdelen. Een daarvan is niet-ontvankelijk, omdat dit klachtonderdeel al bij een