Klacht over deken niet verwezen op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. De voorzitter begrijpt uit de van klaagster ontvangen stukken dat zij in feite een herbeoordeling van de onderliggende klachtzaak wenst, nadat haar klacht door de raad vanwege overschrijding van de termijn waarbinnen een klacht over een advocaat kan worden ingediend niet-ontvankelijk is verklaard en klaagsters verzet daartegen ongegrond. Om dat te bereiken stelt klaagster dat sprake is van nieuw aan het licht gekomen tuchtrechtelijke misstanden aan de zijde van de betrokken advocaat. Nu is gebleken dat de deken de klacht niet opnieuw in behandeling zal nemen, dient klaagster een klacht over de deken in. De voorzitter van het hof is van oordeel dat klaagster daarmee op een oneigenlijke manier dezelfde tuchtprocedure tegen een advocaat nogmaals probeert te starten, wat misbruik van klachtrecht oplevert.
Beslissing
Voorzittersbeslissing