Afwijzing verzoek tot verwijzing (artikel 46c lid 5 Advocatenwet). De onderhavige klacht van klager is de derde klacht van klager die gaat over het onderzoek van de deken van de klacht van klager over mr. D. (terwijl daarover een onherroepelijke tuchtrechtelijke beslissing is genomen) en de tweede klacht over de aanwijzing van de deken van mr. S als advocaat ten behoeve van klager. Door over beide kwesties opnieuw een klacht in te dienen, zonder dat er sprake is van nieuwe feiten, zal deze klacht niet worden verwezen. De voorzitter is voorts van oordeel dat klager misbruik maakt van zijn klachtrecht in de zin van de Advocatenwet. Klager is hierop reeds gewezen in de beslissing van 11 juni 2026. Aan dit handelen van klager moet thans paal en perk worden gesteld. Indien verzoeker een volgende klacht indient over de deken die verband houdt met mr. D en/of mr. S zal die klacht niet in behandeling worden genomen.
Beslissing
Voorzittersbeslissing