ECLI:NL:TADRAMS:2026:230 Raad van Discipline 19-10-2026 26-687/A/NH
voorzittersbeslissing. Niet kan worden vastgesteld dat verweerder in de hoedanigheid van (middellijk) bestuurder van M BV het vertrouwen in de advocatuur heeft
voorzittersbeslissing. Niet kan worden vastgesteld dat verweerder in de hoedanigheid van (middellijk) bestuurder van M BV het vertrouwen in de advocatuur heeft
Beklag artikel 13 Advocatenwet. Ongegrond. Beslissing Beklag Lees de volledige uitspraak op tuchtrecht.overheid.nl →
Raadsbeslissing. Klacht tegen de advocaat van de wederpartij. Verweerster heeft klager in een van haar stukken het Münchhausen-by-proxy-syndroom toegedicht, zonder dat hieraan
Raadsbeslissing. Klacht tegen de voormalig eigen advocaat. De klacht omvat meerdere klachtonderdelen. Een daarvan is niet-ontvankelijk, omdat dit klachtonderdeel al bij een
Verzet. In de voorzittersbeslissing heeft de voorzitter overwogen dat klaagster heeft nagelaten concrete passages uit de overgelegde correspondentie aan te wijzen die
Raadsbeslissing; klacht tegen de advocaat van de wederpartij. Van de gestelde tuchtrechtelijk verwijtbare handelingen is de raad niet gebleken. Klacht ongegrond. Beslissing
Klacht over eigen advocaat. Klaagster heeft verweerder bijgestaan bij het indienen van klachten tegen de politie. Onder verantwoordelijkheid van verweerster is een
Klager heeft op 22 februari 2026 een herhaald verzoek tot inschrijving als advocaat gedaan bij de Raad van de Orde. De raad
Klacht tegen advocaat wederpartij. Verweerster is de advocaat van de ex-partner van klager met wie hij in een familierechtelijke procedure is verwikkeld.
Klacht over deken niet verwezen op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. De klacht van klager houdt in dat de deken