ECLI:NL:TGZRZWO:2026:149 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 25-09-2026 Z2026/9204

medisch-tuchtrecht 25 September 2026

ECLI-nummer ECLI:NL:TGZRZWO:2026:149

Klager, toen 33 jaar, bezocht spoedeisende hulp vanwege aanhoudende ernstige buikpijn. Hij is een dag later door verweerder herbeoordeeld. Klachten worden geduid als passend bij gastritis/gastro-enteritis. Een aantal dagen later bleek klager een aortadissectie te hebben. Klager verwijt verweerder, samengevat, dat hij onvoldoende onderzoek heeft gedaan waardoor hij deze diagnose heeft gemist. Het college oordeelt dat een dissectie een weinig voorkomende, lastig vast te stellen en voor deze patiënt niet voor de hand liggende aandoening was. Bij differentiaal diagnostisch ‘doorredeneren’ had de mogelijkheid van een dissectie of aneurysma echter wellicht wel in beeld kunnen komen, nu klager terug naar het ziekenhuis was gekomen met verergerde pijnklachten in de bovenbuik. Verweerder, die kort daarvoor arts was geworden en nog weinig ervaring had, heeft de casus en het voorgestelde beleid besproken met de dienstdoende chirurg-supervisor. Daarbij werd het beeld van de patiënt geduid als passend bij een gastritis/gastro-enteritis in combinatie met spierpijn als gevolg van het braken. Onder de hiervoor geschetste omstandigheden heeft de verweerder voldoende zorgvuldigheid betracht en acht het college een tuchtrechtelijk verwijt niet op zijn plaats. De klachtonderdelen zijn dan ook ongegrond.

Beslissing

Ongegrond, kennelijk ongegrond

Lees de volledige uitspraak op tuchtrecht.overheid.nl →

Deze samenvatting is automatisch gegenereerd. Bekijk de volledige uitspraak op tuchtrecht.overheid.nl.

Volledige uitspraak →
← Alle uitspraken Meer uitspraken: medisch-tuchtrecht
Scroll naar boven