Ongegronde klacht tegen een chirurg. De klacht betreft onder meer de toediening van een bijna tweemaal hogere dosis ropivacaïne tijdens de operatie van het destijds drie maanden oude zoontje van klager. Klager stelt dat onder meer hierdoor het zoontje hersenbeschadiging heeft opgelopen. De chirurg had als hoofdbehandelaar van het zoontje wel een bepaalde regieverantwoordelijkheid voor de gehele operatie, maar de anesthesie bij een operatieve ingreep behoort primair tot de verantwoordelijkheid van de anesthesioloog. Hierop mocht de chirurg vertrouwen. Geen aanleiding om de chirurg een tuchtrechtelijk verwijt te maken van het niet-melden van de situatie bij de IGZ. Klacht afgewezen.
ECLI-nummer
ECLI:NL:TGZRSGR:2019:66
Deze samenvatting is automatisch gegenereerd. Bekijk de volledige uitspraak op tuchtrecht.overheid.nl.
Volledige uitspraak →Klacht ontvangen? Neem vandaag contact op.
Hoe eerder u juridisch inzicht heeft, hoe sterker uw positie. Wij bieden ook een spoedbeoordeling.