Een bankmedewerker die buiten werktijd andere werkzaamheden verricht, denkt al snel: dat is privé. Binnen het bankentuchtrecht ligt dat anders. Ook nevenactiviteiten die op het eerste gezicht onschuldig lijken, kunnen tuchtrechtelijk relevant worden als zij niet worden gemeld, niet worden geregistreerd of de schijn van belangenverstrengeling oproepen.
Dat maakt deze zaken verraderlijk. Niet omdat iedere nevenactiviteit verboden is, maar omdat de bancaire norm juist sterk draait om transparantie, toetsbaarheid en het voorkomen van belangenverstrengeling.
Waarom zijn nevenactiviteiten zo gevoelig?
Uit de kennisbank volgt dat banken en bankmedewerkers iedere belangenverstrengeling moeten voorkomen. Ook blijkt dat het niet melden van nevenactiviteiten ertoe kan leiden dat de bank de activiteit niet kan beoordelen, terwijl juist die voorafgaande beoordeling van groot belang is.
Het gaat dus niet alleen om de vraag of daadwerkelijk misbruik is gemaakt van de functie. Vaak is al voldoende dat:
- werkzaamheden buiten de bank niet zijn gemeld,
- toestemming niet is gevraagd,
- of de schijn ontstaat dat privébelangen en bancaire werkzaamheden door elkaar lopen.
Een actueel voorbeeld: IPTV-abonnementen via TikTok
Een recente beslissing van de Algemeen Directeur, TRB-2025-5057-AD, gepubliceerd op 8 juli 2026 onder de titel Verkoop IPTV-abonnementen via TikTok, laat zien hoe snel een nevenactiviteit tuchtrechtelijk problematisch kan worden. Uit de samenvatting volgt dat een bankmedewerker via TikTok mogelijk illegale IPTV-abonnementen verkocht, zonder daarvoor toestemming te vragen en zonder de nevenactiviteiten in de systemen van de bank te registreren.
Dat is een sterk voorbeeld, omdat één feitelijk patroon direct meerdere tuchtrechtelijke invalshoeken oproept:
- niet-gemelde nevenactiviteiten,
- schending van interne regels,
- mogelijke integriteitskwesties,
- en mogelijke reputatieschade voor de bank.
Niet gemeld is niet hetzelfde als ernstig corrupt
Voor de verdediging is dit onderscheid essentieel. Een zaak over nevenactiviteiten moet niet automatisch worden gepresenteerd als een klassieke integriteitsfraude. Vaak ligt de zaak genuanceerder:
- de activiteit had weinig raakvlak met bancaire producten,
- er was geen gebruik van klantdata,
- er was geen concrete schade,
- en de medewerker heeft vooral de meld- en registratienorm miskend.
Dat onderscheid zien we terug in een schikkingsvoorstel uit de kennisbank. Daarin overweegt de Algemeen Directeur dat meerdere nevenactiviteiten niet waren geregistreerd, waardoor de schijn van belangenverstrengeling was gewekt. Tegelijkertijd werd meegewogen dat de activiteiten weinig tot geen raakvlakken hadden met bancaire producten of diensten, dat slechts geringe inkomsten waren genoten en dat de betrokkene inzicht en spijt had getoond. Uiteindelijk werd een schikking voorgesteld.
De les is dus: de ernst zit niet alleen in de gedraging zelf, maar in de combinatie van context, risico, opzet en houding achteraf.
Welke verweren zijn in deze zaken kansrijk?
1. Geen concrete belangenverstrengeling, slechts schijn of meldverzuim
Dat is vaak het centrale onderscheid. In een verdedigingstekst in de kennisbank wordt benadrukt dat geen concrete belangenverstrengeling was vastgesteld, geen data-uitwisseling had plaatsgevonden, geen klantschade was ontstaan en hooguit sprake was van een onjuiste interpretatie van de meldplicht. Op basis daarvan werd bepleit dat de zaak onvoldoende ernstig was voor voorlegging aan de Tuchtcommissie.
2. Beperkte raakvlakken met de bancaire functie
Hoe verder de nevenactiviteit inhoudelijk afstaat van de bankfunctie, hoe beter verdedigbaar dat de ernst beperkt is. Ook dat zien we terug in het schikkingsvoorstel.
3. Geen relevant financieel voordeel
Wanneer slechts beperkte inkomsten zijn gegenereerd, kan dat de ernst nuanceren, al neemt het de meldplicht niet weg.
4. Geen schade, geen gebruik van bankmiddelen, geen klantbenadeling
De afwezigheid van concrete schade of misbruik kan van belang zijn voor de proportionaliteit van de afdoening.
5. Inzicht, herstel en bereidheid om te corrigeren
Erkenning van de fout, het alsnog aanpassen van registraties en het nemen van corrigerende maatregelen kunnen van grote betekenis zijn bij de vraag of een zaak moet escaleren naar de Tuchtcommissie. In de kennisbank zien we dat oprechte spijt en corrigerend handelen expliciet door de Algemeen Directeur worden meegewogen.
Hoe verloopt zo’n procedure?
- Melding bij Stichting Tuchtrecht Banken
Dat kan door de bank zelf, maar ook door anderen. - Beoordeling door de Algemeen Directeur
Die kijkt of onderzoek nodig is en of de zaak voldoende ernstig is. - Ontvangst van stukken en gelegenheid tot reageren
De medewerker kan schriftelijk verweer voeren en de context toelichten. Dit is de fase om een advocaat in te schakelen. - Beslissing over de afdoening
De zaak kan worden geseponeerd, minnelijk worden geschikt of worden voorgelegd aan de Tuchtcommissie. - Eventueel procedure bij de Tuchtcommissie
Daarna volgen een schriftelijke ronde, mogelijk een zitting en uiteindelijk een beslissing, waartegen hoger beroep openstaat.
Alleen voldoende ernstige zaken worden voorgelegd; lichtere of minder duidelijke zaken kunnen op andere wijze worden afgedaan.
Waarom de eerste fase zo belangrijk is
Veel bankmedewerkers zoeken pas juridische hulp als de zaak al bij de Tuchtcommissie ligt. Dat is meestal te laat. Juist in de voorfase kan worden bepleit:
- dat de feiten onvolledig of te zwaar zijn gekwalificeerd,
- dat het gaat om een meldverzuim en niet om een zware integriteitszaak,
- dat geen concrete belangenverstrengeling is vastgesteld,
- en dat een schikking of zelfs sepot meer in de rede ligt.
Niet iedere zaak haalt de vervolgingsdrempel. Proportionaliteit moet naar onze mening zwaar meewegen, mede gelet op de gevolgen van registratie in het Tuchtrechtelijk Register Banken voor toekomstige inzetbaarheid.
Schikking of procederen?
Dat is altijd maatwerk. Een schikking kan aantrekkelijk lijken omdat daarmee een openbare procedure bij de Tuchtcommissie wordt voorkomen. Maar een minnelijke afdoening kan wel degelijk ingrijpende gevolgen hebben, zoals:
- een geldboete,
- registratie in het Tuchtrechtelijk Register Banken,
- en geanonimiseerde publicatie.
Dat blijkt expliciet uit een schikkingsvoorstel in de kennisbank. Bovendien geldt dat bij niet-aanvaarding alsnog een klacht aan de Tuchtcommissie kan worden voorgelegd.
De vraag is dus niet alleen: “Kan ik schikken?”, maar vooral: is schikken in mijn zaak verstandig, of is inhoudelijk verweer kansrijker?
Wat is ons advies?
Heeft u een brief ontvangen over nevenactiviteiten, belangenverstrengeling of een schending van de meldplicht? Zoek dan direct juridisch advies.
In dit soort zaken draait alles om de juiste kwalificatie van de feiten. Een niet-gemelde nevenactiviteit is niet per definitie een zware integriteitszaak. Maar wie te laat reageert of de ernst van de melding onderschat, kan zichzelf onnodig in een slechtere positie brengen.
TuchtrechtHulp.nl begeleidt bankmedewerkers vanaf de eerste brief van Stichting Tuchtrecht Banken, bij het analyseren van het dossier, het opstellen van een schriftelijke reactie, het beoordelen van een schikkingsvoorstel en – waar nodig – het voeren van verweer bij de Tuchtcommissie. Neem voor een eerste en vrijblijvend gesprek contact met ons op!