Betrokkene was penningmeester van een stichting. Na zijn defungeren is de administratie van de stichting onderzocht. Daarbij is gebleken dat betrokkene ten laste van de stichting allerlei betalingen heeft gedaan die niet in verband staan met het doel van de stichting en waarvoor hij ook geen toestemming van het bestuur had. Het gaat onder meer om betalingen voor privé-uitgaven. De klacht is gegrond. Betrokkene wordt de maatregel van doorhaling voor de duur van vijf jaar opgelegd.
Beslissing
Klacht ongegrond